Angst om te bewegen bij pijn: begrijpelijk, en er is een weg terug
Door Team Chronische Pijn Centrum · · 5 min lezen
Je bukt en voelt een scheut. Vanaf dat moment let je op. Je tilt niet meer, wandelt korter en vermijdt bewegingen die ooit pijn deden. Dat is heel begrijpelijk: niemand wil pijn. Toch kan die voorzichtigheid op den duur een eigen probleem worden. In dit artikel lees je wat bewegingsangst is, waarom die zo logisch is en hoe je in je eigen tempo weer ruimte kunt maken.
Wat is bewegingsangst?
Bewegingsangst is de angst dat bewegen pijn doet of je lichaam beschadigt, waardoor je bepaalde bewegingen gaat vermijden. In het Engels heet dit ook wel kinesiofobie. Het gaat niet om een karakterzwakte of om aanstellen. Het is een beschermingsreactie van een lichaam en brein die hebben geleerd dat bewegen gevaarlijk kan zijn. De pijn die je voelt is echt, en de angst ook.
Waarom is angst om te bewegen bij pijn zo logisch?
Angst om te bewegen bij pijn is logisch, omdat pijn van oudsher een waarschuwing is. Bij een verse blessure is het verstandig om voorzichtig te zijn, zodat het weefsel kan herstellen. Je lichaam onthoudt welke bewegingen pijn deden en probeert je daar voortaan voor te behoeden.
Bij langdurige pijn werkt dat alarm soms anders. Weefsel kan allang hersteld zijn, terwijl je lichaam nog steeds alarm slaat. Pijn is dan niet altijd een betrouwbaar signaal van schade. Je lichaam is gevoeliger geworden, alsof het alarm te snel afgaat. Dat heet ook wel centrale sensitisatie: je lichaam en brein zijn gevoeliger geworden voor signalen, waardoor iets sneller pijn doet. Meer daarover lees je in het alarm dat blijft afgaan.
Hoe maakt vermijden je wereld kleiner?
Vermijden maakt je wereld kleiner, omdat elke beweging die je laat liggen je lichaam minder vertrouwd maakt met die beweging. Op korte termijn geeft vermijden rust. Op lange termijn gebeurt vaak het omgekeerde van wat je hoopt:
- Spieren worden zwakker en gewrichten stijver, waardoor bewegen zwaarder voelt
- Je lichaam raakt minder gewend aan beweging, waardoor het sneller alarm slaat
- Je stopt met dingen die je leuk vond, zoals sporten, tuinieren of met vrienden op pad gaan
- De angst krijgt meer ruimte, omdat je nooit ervaart dat een beweging ook goed kan gaan
- Je voelt je vaker somber, eenzaam of afhankelijk van anderen
Veel mensen herkennen dat hun leven langzaam kleiner wordt zonder dat ze dat ooit bewust hebben gekozen. Daarover gaat als je wereld steeds kleiner wordt.
Hoe kom je stap voor stap terug in beweging?
Je komt stap voor stap terug in beweging door heel klein te beginnen en je lichaam nieuwe, veilige ervaringen te geven. Het doel is niet om door de pijn heen te duwen, en ook niet om de pijn weg te krijgen. Het doel is om je lichaam te laten merken dat bewegen weer kan. Zo kan dat eruitzien:
- Kies een beweging die je nu vermijdt maar graag weer zou doen, bijvoorbeeld bukken of een stuk wandelen
- Maak die beweging zo klein dat ze haalbaar voelt, zoals een paar minuten wandelen of half bukken
- Doe het op een rustig moment, met een rustige ademhaling, en merk op wat er gebeurt
- Herhaal dezelfde kleine stap een paar dagen, voordat je iets meer doet
- Houd bij wat je wel hebt gedaan, in plaats van alleen hoe de pijn was
Een beetje pijn tijdens of na het bewegen betekent niet automatisch dat je iets beschadigt. Maar luister wel naar je lichaam en ga niet over je grenzen heen. In vijf minuten per dag lees je hoe kleine, dagelijkse stappen verschil kunnen maken. Wees mild voor jezelf als het een dag niet lukt; dat hoort erbij.
Waarom is begeleiding van een fysiotherapeut of behandelaar belangrijk?
Begeleiding is belangrijk omdat een professional kan inschatten welke beweging veilig is en je helpt om rustig op te bouwen. Laat nieuwe, veranderende of alarmerende klachten altijd eerst door je huisarts beoordelen. Is duidelijk dat er geen gevaar is, dan kan een fysiotherapeut of oefentherapeut samen met jou een opbouw maken die past bij jouw lichaam.
Speelt angst een grote rol, dan kan een pijnpsycholoog helpen. Samen kijk je naar wat je voelt in je lijf (Ik Voel), welke gedachten over pijn en schade meespelen (Ik Denk) en wat je graag weer zou willen doen (Ik Ben). Die drie invalshoeken vormen de basis van de CPC-methode. Je hoeft het niet alleen te doen.
Het helpt ook om je naasten te betrekken. Een partner of vriend die goedbedoeld zegt "doe maar niet, straks heb je weer pijn", versterkt soms onbewust de angst. Vertel hen wat je probeert en vraag of ze je willen aanmoedigen in kleine stappen. Zo sta je er niet alleen voor, en wordt bewegen weer iets wat je samen kunt doen in plaats van iets om bang voor te zijn.
Wat kun je zelf vandaag al doen?
Je kunt vandaag al beginnen door eerlijk op te merken welke bewegingen je vermijdt, zonder oordeel. Schrijf ze op en kies er één uit die het minst spannend voelt. Praat erover met iemand die je vertrouwt, of met je huisarts of fysiotherapeut. Merk je dat je klachten al lang aanhouden, bijvoorbeeld bij rugpijn en ischias of fibromyalgie, en wil je weten of een psychologische aanpak bij je past? Doe dan de gratis zelfscan. Die duurt een paar minuten en geeft je een eerste richting.
Veelgestelde vragen
Is het normaal om bang te zijn om te bewegen bij pijn?
Ja, dat is heel normaal. Pijn is van oudsher een waarschuwing, en je lichaam probeert je te beschermen tegen bewegingen die ooit pijn deden. Bij langdurige pijn kan die bescherming blijven hangen, ook als er geen schade meer is. Het is dus geen aanstellerij, maar een begrijpelijke reactie waar je met hulp aan kunt werken.
Is bewegen slecht als het pijn doet?
Niet per se. Bij langdurige pijn is pijn niet altijd een betrouwbaar signaal van schade, omdat je lichaam gevoeliger kan zijn geworden. Toch is het belangrijk om nieuwe of veranderende klachten eerst door je huisarts te laten beoordelen. Daarna kan een fysiotherapeut helpen om veilig en in kleine stappen op te bouwen.
Wat is kinesiofobie?
Kinesiofobie is een ander woord voor bewegingsangst: de angst dat bewegen pijn veroorzaakt of je lichaam beschadigt. Daardoor ga je bewegingen vermijden. Op korte termijn geeft dat rust, maar op lange termijn worden spieren zwakker en kan je wereld kleiner worden. Met kleine stappen en begeleiding kun je weer vertrouwen opbouwen.
Wie kan helpen bij bewegingsangst?
Je huisarts is het eerste aanspreekpunt en kijkt of er medisch iets moet gebeuren. Een fysiotherapeut of oefentherapeut helpt je om beweging veilig en stap voor stap op te bouwen. Speelt angst een grote rol, dan kan een pijnpsycholoog helpen met de gedachten en gevoelens rond pijn en bewegen.
Benieuwd of we jou kunnen helpen?
Doe de gratis zelfscan en ontdek welke factoren mogelijk een rol spelen bij jouw klachten.
Doe de gratis zelfscanDeze informatie is algemeen en vervangt geen medisch advies. Heb je nieuwe of veranderende klachten, overleg dan met je huisarts. Heb je dringend hulp nodig? Lees hulp bij een crisis.