Fantoompijn: wat is het en waarom voel je pijn in wat er niet meer is?
Door Team Chronische Pijn Centrum · · 5 min lezen
Je voet jeukt, maar je been is er niet meer. Of je voelt een brandende, knellende pijn in een hand die geamputeerd is. Dat klinkt tegenstrijdig, en misschien twijfel je of je het wel mag benoemen. Toch is het heel bekend in de zorg en heeft het een naam: fantoompijn. De pijn is echt, en er zijn mensen die je daarbij kunnen helpen.
Wat is fantoompijn?
Fantoompijn is pijn die je ervaart in een lichaamsdeel dat er niet meer is. Het komt vooral voor na een amputatie van een arm, been, hand of voet, maar kan ook voorkomen na het verwijderen van andere lichaamsdelen, zoals een borst. De pijn wordt vaak beschreven als brandend, stekend, knellend, tintelend of krampend.
Fantoompijn kan kort na een amputatie beginnen, maar ook later. Bij de een komt ze af en toe in korte aanvallen, bij de ander is ze er vaker. Hoe het precies verloopt, verschilt sterk per persoon.
Wat is het verschil tussen fantoompijn, fantoomgevoel en stomppijn?
Fantoompijn, fantoomgevoel en stomppijn zijn drie verschillende dingen, al komen ze soms samen voor:
- fantoomgevoel: je voelt het lichaamsdeel nog, bijvoorbeeld de stand van je vingers of jeuk, zonder dat het pijn doet
- fantoompijn: je voelt pijn in het lichaamsdeel dat er niet meer is
- stomppijn: pijn in het overgebleven deel van de arm of het been, bijvoorbeeld door de wond, het litteken, een zenuw of de prothese
Dit onderscheid is belangrijk voor de behandeling. Stomppijn kan een lichamelijke oorzaak hebben die je arts moet bekijken, zoals een ontsteking of drukplek. Laat nieuwe of veranderende pijn daarom altijd beoordelen door je huisarts, specialist of revalidatiearts.
Hoe kan je pijn voelen in iets wat er niet meer is?
Je kunt pijn voelen in iets wat er niet meer is, omdat pijn in je zenuwstelsel en brein wordt gemaakt, niet in het lichaamsdeel zelf. Je brein heeft een soort kaart van je lichaam. Na een amputatie blijft die kaart nog bestaan en verandert ze langzaam. Zenuwen in de stomp, het ruggenmerg en het brein blijven signalen doorgeven en verwerken. Dat kan leiden tot gevoel en soms pijn in het ontbrekende deel.
Dit sluit aan bij hoe de IASP pijn omschrijft: een onaangename zintuiglijke en emotionele ervaring die samenhangt met, of lijkt op, (dreigende) weefselschade. Pijn is dus een ervaring die je lichaam en brein samen maken. Daarom kan ze er zijn zonder weefsel op die plek. Lees meer over hoe je lichaam kan veranderen in neuroplasticiteit en chronische pijn.
Wat kan fantoompijn beïnvloeden?
Fantoompijn kan per dag verschillen, en veel mensen merken dat bepaalde dingen meespelen. Welke dat zijn, is heel persoonlijk. Genoemd worden bijvoorbeeld:
- vermoeidheid en slecht slapen
- stress en spanning
- kou of weersveranderingen
- druk of irritatie aan de stomp, bijvoorbeeld door de prothese
- emoties rond het verlies van het lichaamsdeel
Ook kijken naar of aanraken van de stomp, of het dragen van de prothese, kan per dag anders voelen. Het bijhouden wanneer de pijn toe- of afneemt, kan je helpen om met je behandelaar te bespreken wat voor jou werkt. Lees ook waarom pijn per dag verschilt.
Welke behandeling is er voor fantoompijn?
Behandeling van fantoompijn loopt via je arts, revalidatiearts of pijnteam. Zij bekijken welke aanpak bij jou past. Dat kan gaan om medicatie, hulp bij de prothese, oefeningen met een revalidatieteam, en aandacht voor slaap en spanning. Bespreek vragen over medicatie altijd met je arts of apotheker, en stop of wijzig niet zelf.
In de revalidatie wordt soms gewerkt met oefeningen waarbij je brein leert opnieuw te verwerken wat het ziet en voelt. Of dit bij jou past, bepaal je samen met je behandelaar. Betrouwbare algemene informatie vind je op Thuisarts.nl.
Wat doet fantoompijn met je gevoel?
Fantoompijn kan veel met je doen, bovenop het verlies van een lichaamsdeel. Misschien voel je verdriet, boosheid of schaamte. Misschien twijfel je of anderen je geloven. Die gevoelens zijn heel begrijpelijk. Een amputatie is een grote gebeurtenis, en het kost tijd om die een plek te geven.
Het helpt als je die gevoelens mag uitspreken, bij je naasten of bij een professional. Het artikel wat je voelt en wat je ervan maakt gaat over de ruimte tussen voelen en reageren. Voel je je langdurig somber of heb je gedachten aan de dood? Kijk op hulp bij crisis of bel 113 via 0800-0113.
Wanneer kan psychologische steun helpen?
Psychologische steun kan helpen als de pijn of het verlies je leven sterk blijft bepalen, naast de medische en revalidatiezorg die je krijgt. Een (GZ-)psycholoog met ervaring in chronische pijn kan je helpen met spanning, verdriet, slaap en het gevoel van grip. Wil je weten hoe dat werkt? Lees wat een psycholoog bij pijn doet. Of kijk met de gratis zelfscan of de aanpak van CPC bij je past.
Veelgestelde vragen
Is fantoompijn echt?
Ja, fantoompijn is echt. Het is een bekend verschijnsel na een amputatie. De pijn ontstaat doordat je zenuwstelsel en brein het lichaamsdeel nog 'kennen' en signalen blijven verwerken. Dat je het lichaamsdeel niet meer hebt, betekent niet dat de pijn verbeelding is. Bespreek het gerust met je arts of revalidatieteam, want er is hulp mogelijk.
Gaat fantoompijn vanzelf over?
Dat verschilt per persoon. Bij sommige mensen neemt fantoompijn in de loop van de tijd af, bij anderen blijft ze langer aanwezig of komt ze in aanvallen terug. Er is geen vaste termijn. Bespreek je klachten met je arts of revalidatiearts, zodat jullie samen kunnen kijken wat helpt in jouw situatie.
Wat is het verschil tussen fantoompijn en stomppijn?
Fantoompijn voel je in het lichaamsdeel dat er niet meer is. Stomppijn voel je in het overgebleven deel van je arm of been, bijvoorbeeld door het litteken, een geïrriteerde zenuw of druk van een prothese. Stomppijn kan een lichamelijke oorzaak hebben die behandeld moet worden. Laat nieuwe of veranderende pijn daarom altijd door je arts beoordelen.
Benieuwd of we jou kunnen helpen?
Doe de gratis zelfscan en ontdek welke factoren mogelijk een rol spelen bij jouw klachten.
Doe de gratis zelfscan